







Van oud naar nieuw
* Intochtslied ps 103: 1, 3 en 9
* stil gebed
votum en groet
Onze hulp is in de naam des Heren die de hemelen en de aarde gemaakt heeft,
die trouw is en trouw blijft en niet laat varen het werk van Zijn handen.
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van onze Here Jezus Christus, in de gemeenschap met de Heilige Geest
* lied 21: 1, 3 en 7
* gebed om de Heilige Geest
* bijbellezing: O.T. Psalm 103
N.T. Rom. 8: 31 - 39
* lied 151: 1 – 3
* preek n.a.v. Psalm 103: 1
* lied 444: 1 - 3
* geloofsbelijdenis
* lied 257
* gebed/voorbede
* slotlied 44: 1 - 3 collecte
* zegenbede
De genade van onze Here Jezus Christus
en de liefde van God
en de gemeenschap met de Heilige Geest is en blijve met u allen.
Liederen uit het liedboek van de kerken.
Hebt u wel eens echt in u laten kijken – in uw hart – zó, dat er te zien is wat er diep in u aan gevoelens leeft?
Wij zijn wat dat aangaat niet zo ‘uiterig’ hè!
Nee, eerder omgekeerd. Ergens zijn wij, vooral als het gaat om gevoelens die ook nog een geestelijke dimensie hebben, meesters in het camoufleren.
En als we ‘toevallig’ toch geconfronteerd worden met iemand die wel openhartig (mooi woord in zo’n geval!) blijk geeft van zijn diepste zielenroerselen, dan zijn we er vaak mee aan – hoe moet je nu reageren….
Nee, zoals gezegd, wij uiten ons diepste innerlijk niet zo gemakkelijk!
Wij doen dat ‘gebrek aan openheid’ vaak af met die ook vast u wel bekende gemeenplaats: daar zijn wij te nuchter voor!
Ik denk dat dit één van de redenen is dat er zo weinig echt leven zichtbaar wordt…
Hoe anders was dat in bijbelse tijden en met God belijdende personen uit die tijd!
Neem alleen maar eens een man als David!
Is niet zijn hele leven tot en met het geestelijk reilen en zeilen een open boek?
Hij maakte van zijn hart geen moordkuil, dekte in die zin niets toe!
Nee, hij was een man met het hart op de tong!
Eerlijk en open. En het opmerkelijke van daaruit is, dat hij vaak de drang had één en ander zelfs uit te zingen!
Wat te denken van die door ons gelezen psalm 103.
Op de drempel van het oude naar het nieuwe jaar krijgen wij een inkijkje middels deze psalm in het hart van David.
En het is dat inkijkje dat de laatste boodschap aan ons vormt dit jaar en naar ik hoop en God geve een aanzet voor ons zal zijn ons hart wagenwijd te openen.
Deze psalm past zo heel goed bij dit moment.
Schijnbaar is ze ontstaan op een ogenblik dat David behoefte had eens een streep te zetten, beschouwelijk te evalueren zoals wij dat met een duur woord noemen en wat neerkomt op: een terugkijken om naar waarde te schatten.
En hebben ook wij aan het einde van elk jaar daar, getuige het vele terugblikken op divers terrein, niet de neiging – DE BEHOEFTE – toe?
Wat zou ik dan nu graag eens in uw harten kijken om te zien hoe uw begin zou zijn in die terugblik! Ik geloof stellig dat de meesten van ons zouden beginnen met: natuurlijk ben ik dankbaar…
Maar vergeef mij als ik daar dan een vraagteken achter plaats, want zijn we dat echt, of is het een vroom, op devote toon uit te spreken cliché – zo van:
van een christen kun je toch niet anders verwachten…
Ziet u, daar heb je dat camoufleren!
Nog een paar uur en we wensen elkaar weer toe: veel heil en zegen! – net als vorig jaar rond deze tijd…
Maar, wat is er werkelijk van geworden van het toen toegewenste heil en zegen?
Zet eens een streep – heel persoonlijk, allemaal.
Kunt u dan David volgen?
Kunt u uw oren geloven als deze man zijn evalueren begint met onze tekst en die tekst dan de teneur van heel zijn evaluatie blijkt te zijn!
Looft de Here mijn ziel - en alsof dat nog niet genoeg is - en al wat in mij is zijn heilige naam. Mag ik het zo zeggen, hij trekt al de registers open!
Kent u dat woord van Jezus: ‘waar het hart vol van is, stroomt de mond van over’!
Nou zijn hart is blijkbaar vol lof!
‘Ja, misschien treffen we hem, die David, hier in psalm 103 net op een goed moment hè. Zo’n moment van bijvoorbeeld blijdschap ken je allemaal wel eens. Maar om dat nou zo nadrukkelijk, luidruchtig haast kenbaar te maken… Je kunt maar beter voorzichtig zijn, morgen kan er immers zo maar iets tegen lopen zo dat je misschien wel de neiging hebt het omgekeerde uit te roepen. Weet u, dat is nou waarom ik niet zo uiterig ben, het hart niet zo op mijn tong heb. Ik maak liever een evenwichtige indruk’.
Denkt u zó wel eens… vaak misschien? Of kenmerkt dat uw denken zelfs!?
Is David dan een, vergeef me de vergelijking, een soort van geestelijke puber: het ene ogenblik ‘himmelhoch jauchzend’ – hemelhoog juichend en het andere moment ‘zum Tode betrübt’ – ten dode bedroefd; en dus zoals zijn stemmingen zijn, uit hij zich...
Grofweg gezegd: is hij geestelijk labiel?! en treffen we hem nu aan op één van zijn betere momenten, een hoogtepunt – dan wil je wel loven!
Toch denk ik, als je deze psalm werkelijk goed leest, dat we David niet een dergelijk semi psychologisch verwijt kunnen en mogen maken.
Want zoals wij, juist op een moment als dit - het einde van weer een jaar - in het bijzonder bepaald wordend bij het betrekkelijke van het mens-zijn, al helmaal als je dat zich hebt zien uiten in de dood, zo ziet David in zijn lofprijzing zelfs dat:
‘de sterveling – zijn dagen zijn als het gras, als een bloem van het veld, zo bloeit hij; wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer. Maar … opnieuw breekt bij hem - zelfs dan! - de lofprijs los.
Met andere woorden: David looft zelfs tegen de menselijk grootste tragedie, de dood, in!
Toch is hij mens, met zwakheden en beperkingen – momenten genoeg in zijn leven die dat tonen. Máár… hij is een mens met niet alleen levenservaring (wat ons zo voorzichtig zegt te maken vanwege het wisselende daarin), David is een mens met een levende Godservaring.
En als één leven toont dat Godservaring een open hart vraagt, nee vereist, dan wel het zijne!
Hoe wil je God anders ervaren en… hoe zul je ooit anders dan met een open hart, waarachtig van God kunnen getuigen?!
David een man naar Gods hart.
En elk hart dat God ontmoet, zegt ontmoet te hebben, kan enkel loven!
Spurgeon zegt dan ergens: loven is de stemvork van het leven!
Nou? En? Hoe is het dan bij ons?
Is het hart open als we terugblikken?
Ziet het heil en zegen?
Volgen we David zó dat het jubelt uit ons hart deze avond, zelfs als je het verdriet ziet van dit afgelopen jaar, het gemis van wie je lief was, waren… - de sterveling, zijn dagen zijn als het gras… maar!… ; zelfs als je de dit jaar opgelopen wonden ziet… , de breuk…, brokstukken…, een stuk gelopen huwelijk, de vergeefse hoop, de gemiste kansen… ; zelfs als je merkt dat je toch ouder wordt, je gezondheid tegen alle hoop in mindert… Welke toon geeft dan ons leven aan?
Looft de Here mijn ziel, en al wat in mij is Zijn Heilige Naam!
Tegen de realiteit van al het verdriet en al het negatieve in gaat David tellen! Tellen we mee?
Opmerkelijk, vindt u niet dat het ‘bij de pakken neerzitten’, het huilen, ja, ook
klagen ons zoveel gemakkelijker afgaat dan loven!
En toch vraagt loven niets meer!
Ook loven vraagt alleen maar het nemen van een beslissing, het maken van een keuze,
maar dan wel in geloof! Zó telt David, hebt u meegeteld? Hij komt tot een handvol!
‘loof de Here mijn ziel en vergeet niet één van zijn weldaden’, en dan komen ze:
1. die al uw ongerechtigheden vergeeft,
2. die al uw krankheden geneest,
3. die uw leven verlost van de groeve,
4. die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
5. die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend’.
Een hand vol.
Niet veel? Maar één hand?
Is een kinderhand dan niet gauw gevuld… ?
We moeten toch worden als ‘een kind’?!
Het is bovendien de handvol van Vader... !
Ja, maar, mijn harde werkelijkheid dan? De pijn van het verdriet en het negatieve?
Hoorde u dan niet: ‘gelijk zich een Vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen… ‘.
Want al wie de Here vreest, zal, zo waar de Here leeft, Hem als Vader juist ook in die omstandigheden hebben ervaren!
Of was Hij er niet in dat gemis.
Legde Hij niet zijn hand op die wond.
Is Hij het niet die de breuk herstelt, die meehuilt bij je stukgelopen getuigenis.
Is Hij niet de hoop in je, degene die richting geeft, die je draagt in je ouder worden, je Heelmeester heet, ook in de ziekte… Wie durft dat te zeggen?
Als je Hem bij dat alles ontkent, zou je dan niet als Petrus zijn bij dat houtvuur zeggend: ik ken Hem niet!
Nee, Petrus kende de Vader in Jezus Christus toen nog niet ten volle… !
‘Maar gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen’!
Davids Zoon – ’t is net kerst geweest!
Laten we belijden: in Hem zijn alle beloften ja en amen.
En als ze nog niet ten volle aan je leven vervuld zijn, weet dan vanuit de levenservaring – de Godservaring – van David:
Hij laat geen woord ter aarde vallen!
Daar staan we. Vlak voor de drempel van het jaar en wat kunnen wij in feite anders dan met David instemmen:
Looft de Here mijn ziel en al wat in mij is Zijn Heilige Naam!
Zeker degene die zijn zegen zo mild ervaren heeft en overvloedig!
Weet u, in al het geestelijk leven kun je jezelf toch vergeten zijn – en heeft dat in feite niet ieder, die zijn hart niet liet spreken van begin tot dit eind van het jaar?
Daarom, doe nu als David, ontdek jezelf in de liefde van Gods aangezicht en spoor als hij jezelf aan: loof de Here mijn ziel.
Maak zo alles toch nog vol dit jaar voor Hem en belijd waar nodig het gebrek aan geloof en vertrouwen, het lauw geweest zijn!
Loven is de weg tot zegen, ook voor het jaar dat komt!
Neem daarom David’s lied over, over de grens van dit jaar heen!
Lovend over de drempel.
‘Wie lof offert eert Mij en baant de weg dat Ik hem Mijn heil doe zien…’
Klagen doet buigen en tekent groeven tot de groeve!
Loven doe je buigend en het vernieuwt!
Klagen doet God vergeten.
Loven toont Gods hart!
Zo mag de solozang van David het lied voor samenzang worden.
Looft de Here, gij zijn engelen… brak niet met kerst de hemel open?
Looft de Here al gij heerscharen, gij dienaren die zijn wil volbrengt… sluiten wij die rijen?
Looft de Here mijn ziel!
Langs die weg maakt God elk vraagteken tot uitroepteken!
Ja, het is goed om de Here te loven, het past ons Hem onze dank en eer te brengen.
Naast het tellen van Gods zegeningen, komt lofprijzing altijd uit in vruchtdragen – want zoals David’s lied zijn levenswandel weerspiegelde, zo ook de onze!
Loven is immers, zoals Spurgeon zei, de stemvork van het leven! en in dit verband merkte hij bij deze psalm van David ook nog op: ‘deze psalm heeft in de grondtekst net zoveel verzen als het Hebreeuwse alfabet letters heeft.
Om het met ons alfabet te zeggen: a = loven en z = loven en alles daar tussen – het leven – wordt daardoor gedragen.
Zie de zegen van God in de Alfa en Omega, Jezus de Christus – gekomen voor ons…
Hij die zegt:
Ik ben met u al de dagen van uw leven tot aan de voleinding van deze eeuw… Ook over de drempel van dit jaar heen het nieuwe in!
Hij wil die waarheid niet gecamoufleerd, maar aan en door ons – vanuit het hart – beleden!
‘Heer, God, U loven wij. Heer u belijden wij.
Vader in eeuwigheid, zingt het gans heelal uw naam.
Aarde en hemel, Heer, zingen uwe naam ter eer.
Heel uw schepping door, eeuwig met ’t engelenkoor:
Heilig, heilig! Heilig is onze God, de Heer Ze-ebaoth.
Hemel en aarde, zijn van uw grootheid vol…
Looft de Here, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam;
Loof de Here, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden…
Hallelujah.
Amen