






2 Timotheüs 3:16 en 17
Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.
Een andere bron, die in de geschiedenis meer dan eens door een Filistijnen mentaliteit is dichtgestopt (denk hierbij opnieuw even terug aan wat in de afgelopen weken aan de orde kwam naar aanleiding van Genesis 26:18 - Isaak die de door de Filistijnen dichtgestopte bronnen van zijn vader Abraham weer opgroef en opnieuw met de oude namen benoemde) is die van de waarheid van Gods Woord.
Misschien moet er in dit geval zelfs eerlijk en openlijk gesproken worden over een directe aanval van de boze. Immers, Paulus zelf waarschuwt in dit verband in de eerste brief aan Timotheüs - en dat met nota bene een beroep op Gods Geest - over ‘dwaalgeesten’ en ‘leringen van boze geesten’ (1 Tim. 4:1). Hoe ‘in’ is het, en bovenal ‘getuigend van tolerantie’ om te spreken over ‘ieders eigen waarheid’. Ofwel, ieder mag in Gods Woord die waarheid lezen die hij/zij er in wil lezen. Alsof er meerdere waarheden zouden zijn. Denk enkel aan wat dat betekent ten aanzien van het omgaan met maatschappelijke en ethische problematiek. Worden in onze tijd onder dit mom niet talloze, vroeger als zondig afgewezen, zaken getolereerd en wordt er niet bovenal aan die zaken ook nog eens in ‘Gods naam’ bijval gegeven?
Hoe intriest is het gegeven dat vanaf de kansel het Woord van God behandeld wordt als een ordinair literair werk waarin ieder mag lezen wat hij/zij wil en waarvan vooral moet worden onderstreept dat het geen absoluut gezag heeft over mij als mens. Het is een woord van mensen waarin ieder op eigen wijze God mag vinden.
Zondag aan zondag had zij in de kerk gezeten en de jonge predikant had elke week weer iets aangedragen uit de Bijbel dat zou zijn te voorzien van vraagtekens en zeker niet als absolute waarheid geloofd hoefde te worden. Toen werd ze ziek. Zo ziek, dat de predikant gevraagd werd haar te bezoeken. Hij vroeg haar aan het einde van het bezoek of hij voor haar een stukje uit de Bijbel mocht lezen en dan graag uit haar eigen Bijbel. Zij stemde toe en wees naar het bedkastje. Toen hij de Bijbel pakte en opende, bleek deze niet veel meer te bevatten dan de inhoudsopgave en een enkele bladzijde. Toen hij haar daarop wees en vroeg of ze niet een complete Bijbel in huis had, antwoordde zij dat dit de Bijbel was die tot nu was overgebleven als resultaat van zijn verkondiging. Alles waarachter hij vraagtekens had gezet, had zij, vertelde ze, na elke dienst uit de Bijbel gescheurd… Hier moest zij het nog mee doen…
Selwyn Hughes vertelt dat de betreffende jonge predikant volkomen van slag raakte door dit gebeuren en thuis onmiddellijk op zijn knieën ging en zijn leven toen aan God heeft gegeven. Iets dat zeker tot nadenken stemt.