







Hebreeën 13:8
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid.
De Franse filosoof Jean Paul Sartre heeft ooit gezegd dat, wil je spreken over de zin van het bestaan er sprake moet zijn van een eeuwig en oneindig oriëntatiepunt. En aangezien dat er niet is, is volgens hem het leven zinloos en is het enig zinvolle je zelf verwerkelijken. De Amerikaanse cultuurfilosoof Francis Schaeffer antwoordde evenwel dat er wel degelijk een eeuwig en oneindig oriëntatiepunt is, namelijk God die zich als mens heeft geopenbaard in Jezus Christus. In dat geval is de zin van het bestaan enkel in Hem te vinden.
Is wat Schaeffer zegt niet exact wat de tekst van deze week aangeeft? Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid, ofwel: Hij is het eeuwig en oneindig oriëntatiepunt voor de mens. In Hem is de zin van het bestaan te vinden. Hij is het antwoord op de zinvraag van het bestaan, een vraag die in drie vragen is op te splisen: waar kom ik vandaan, wat doe ik hier en waar ga ik naar toe. De vraag waarmee elk mens vroeg of laat wordt geconfronteerd en die onontkoombaar is.
Geen enkel mens kan in dezen zonder houvast. Laten we de drieledige zinvraag eens nader onder de loep nemen.
Waar kom ik vandaan? Ben ik enkel het (toevals-) ‘product’ van de intieme ontmoeting van mijn vader en moeder? De Bijbel laat weten dat we door God zijn gedacht en gewild en dat al van voor de grondlegging der wereld (Ef. 1:4). Dit geldt ieder mens, ook elk ongeboren leven (in welk stadium dan ook!). Hoe overweldigend juist voor diegene die zich als ongewenst voelt. God heeft wie of wat je ook bent gedacht en gewild!!
Wat doe ik hier? Louter carrière maken, of de tijd ledig invullen, wachten op de dood? Nee, het blijkt dat we in dit leven zijn om voorbereid te worden op Gods oorspronkelijke doel. Hier werkt alles daarvoor mee ten goede – we leven om beelddragers van Christus te zijn: vruchtdragen, Hem weerspiegelen. Ziet Hij straks zichzelf in mij?
Waar ga ik naar toe? Bepaal ik dat zelf? Uiteindelijk loopt echter alles uit in de dood, en dan? Het blijkt dat God ons (Ef. 1:5) gedacht en gewild heeft voor Jezus Christus, Zijn Zoon. Wij zijn bestemd om als zonen te worden aangenomen en vervolgens mede-erfgenaam van Christus te zijn. Wij zijn bestemd voor de troon, bestemd als bruid voor de Bruidegom. Één worden met Christus.
Kortom, de zin van elk bestaan is slechts in Jezus te vinden. En Hij is gister en heden dezelfde. Onveranderlijk. Hij, die ook wel het levende Woord wordt genoemd. Daarom is ook het Woord onveranderlijk. Het is een vast ijkpunt, een duidelijk referentiekader voor dit leven. Wat dus gister als norm gold, geldt ook vandaag als norm. Vertaal dit eens in het licht van Gods doel met de mens en leg het naast het eigen leven. Leef ik mijn leven naar zijn norm? Naar zijn Woord? Een appellerend gegeven, vooral wanneer we kijken naar hoe er op de diverse ethische terreinen gemeend wordt te kunnen marchanderen met Gods Woord. Zo appelerend, dat er maar een weg is: terug naar Gods Woord. Zoals de vorige week bleek: verootmoedigen en bekeren van zondige wegen. Hoe eeuwig en oneindig is God in Jezus Christus voor u, jou en mij? Of kies ik dan toch liever voor zinloosheid?